Managementcapaciteiten

Onze specialisatie is het coachen van leidinggevenden. Ons referentiekader maakt duidelijk waar, wanneer en waarom in bepaalde situaties zwakke punten in het leiding geven de kop op steken. De coachaanpak is hoe deze zwakke punten te ontwikkelen naar sterke punten. Dat gebeurt door het geven van inzicht, begrijpen, beseffen en veranderen. Uniek is de meting van het leidinggevend gedrag naar Ontwikkelingsniveau nog voordat de zwakke punten zich in de praktijk hebben gemanifesteerd. Deze 360 graden meting meet het leidinggevende gedrag naar ontwikkelingsniveau. De niveaus in het leidinggevende gedrag zijn.....

ONTWIKKELINGSNIVEAUS VAN LEIDINGGEVEND GEDRAG©
POTENTIEEL ADAPTIEF*
9. Rijpheid - de eigen behoeften of opvattingen overstijgende activiteiten, o.a. duurzaam
ondernemen, dienend leidinggeven, anticiperen op structurele veranderingen
8. Generativiteit - zorg voor anderen, o.a. klantgerichtheid, medewerkergerichtheid,
(human resource management), kwaliteitsbeleid
7. Verbondenheid - deel zijn van een groter geheel (interdependentie), o.a. delegatie van
bevoegdheden, medeverantwoordelijkheid, persoonlijke en wederkerige relaties
6. Individuatie – doelstellingen verwezenlijken, o.a. eerlijkheid, betrouwbaarheid,
standvastigheid, flexibiliteit en zelfreflectie
POTENTIEEL DISADAPTIEF
5. Rivaliteit – de behoefte jezelf te ‘bewijzen’, eventueel in combinatie met faalangst, o.a.
status symbolen, grootse projecten, anderen overtreffen, haantjes gedrag
4. Verzet – moeite met zelfbeschikking (autonomie), o.a. autoritair gedrag, machtsstrijd, je
laten overheersen, koppig verzet.
3. Symbiose – problemen met zelfstandigheid (separatie), o.a. moeite met alleen
beslissingen nemen, overmatige behoefte aan waardering, te snel opgeven.
2. Egocentriciteit – onvoldoende respect voor de belangen van anderen,
o.a. bedrijfsbelang ondergeschikt aan het eigen belang, gebruikmakende relaties, kritiek
devalueren
1. Fragmentatie - problemen met het hanteren van tegenstellingen, o.a. zwart/wit
oordelen, alles wat er mis gaat aan anderen toeschrijven, wisselvallig beleid
0. Structuurloosheid – problemen met het aansturen van het eigen gedrag, o.a. impulsief
gedrag, irreëel wantrouwen, loochenen van ongewenste feiten.
*De kwalificatie ADAPTIEF verwijst naar het vermogen om zelfgekozen doelen te
verwezenlijken rekening houdend met situationele factoren en met de legitieme belangen
van anderen.
© Prof. dr. R.E. Abraham